Een moestuinbak is voor veel mensen de eerste stap naar eigen groenten. Je werkt op een comfortabele hoogte, de grond warmt in het voorjaar sneller op en je houdt onkruid makkelijker onder controle. Toch loopt het bij een zelfgebouwde bak vaak mis op drie punten: de maat, het hout en de vulling. In dit artikel gaan we ze één voor één af.
De breedte van een bak bepaal je niet op het oog, maar met je arm. Je moet vanaf één kant tot in het midden kunnen reiken zonder in de bak te stappen. Voor de meeste volwassenen komt dat neer op 1,20 meter breed als je van beide kanten bij de bak kunt, en 60 tot 70 centimeter als hij tegen een muur of haag staat. De lengte is vrij, maar boven de 2,5 meter heeft een houten bak halverwege een extra steun nodig, anders duwt de natte grond de zijkanten naar buiten.
Voor de hoogte geldt: 30 centimeter is genoeg voor sla, radijs en kruiden. Wil je wortels, pastinaak of aardappelen telen, of wil je minder bukken, kies dan 60 tot 80 centimeter. Hoe hoger de bak, hoe meer vulling je nodig hebt, dus reken dat mee in je budget.
Onbehandeld grenen is goedkoop, maar rot in onze natte Vlaamse winters binnen drie à vier jaar weg. Beter zijn douglas en lariks: die bevatten van nature hars en gaan zonder behandeling acht tot tien jaar mee. Wie nog langer wil, kiest voor eiken of robinia, al betaal je daar flink meer voor.
Vermijd oude spoorbielzen en hout dat met creosoot of onbekende middelen behandeld is. Die stoffen kunnen in de grond terechtkomen en uiteindelijk in je groenten. Bekleed de binnenkant liever met vijverfolie of een kunststof noppenmembraan, en laat de onderkant open zodat het water weg kan.
Een bak van 60 centimeter hoog volledig vullen met potgrond is duur en onnodig. Werk in lagen. Onderaan komen grove takken en snoeihout, daarboven bladeren, grasmaaisel of stro, en de bovenste 25 à 30 centimeter vul je met een mengsel van tuinaarde en goed verteerde compost, ongeveer twee delen aarde op één deel compost.
De onderste lagen verteren in de loop van de jaren en zakken in. Dat is normaal: vul elk voorjaar een paar centimeter compost bij. Leg op de bodem gaas van gegalvaniseerd staal als er woelmuizen of mollen in je tuin zitten.
Begin eenvoudig. Sla, spinazie, radijs en snijbiet groeien snel en vergeven fouten. Zet hoge gewassen zoals tomaten of stokbonen aan de noordkant van de bak, zodat ze de rest niet overschaduwen. Kruiden als peterselie, bieslook en tijm passen goed aan de randen.
Houd een schriftje bij van wat je waar hebt gezaaid. Volgend jaar wissel je de gewassen van plaats, zodat de grond niet uitgeput raakt en ziektes minder kans krijgen.
Maak de bak niet breder dan je kunt reiken, kies douglas of lariks, vul in lagen en werk bovenaan met een rijk mengsel van aarde en compost. Met één weekend bouwen heb je jarenlang een plek waar je van het voorjaar tot de herfst iets kunt oogsten.
Alles voor Tuin begon met een simpele vraag van buren: waar begin je als je tuin, terras en huis tegelijk aandacht nodig hebben? Het antwoord staat nu hier, verzameld in artikels over aanleggen, onderhouden en verbouwen.